Sardinië, vrijdag 26 mei 2000

Tussen slingers en confetti maken wij Lucien wakker op een voor hem gedenkwaardige dag. Gisteravond hadden wij afgesproken om rond negen uur te ontbijten. Een aantal zijn echter een uur eerder opgestaan om de fiets van Lucien te versieren.
Het ontbijt is in hetzelfde restaurant, als waar wij de vorige avond hebben gegeten. Eddy heeft een stoel versierd voor Lucien en er hangen her en der wat ballonnen. Op een verjaardag hoort nu eenmaal champagne dus de locale variëteit asti-spumante komt op tafel. Verder komen er thee, brood met jam en even later ham en kaas op tafel. De eigenaar was er kennelijk niet volledig van overtuigd dat wij vandaag hier zouden ontbijten dus toen wij echt verschenen moest hij verschillende dingen nog snel bij de plaatselijke nering kopen.

De groepsfoto

Na het ontbijt moeten wij toch verder. Lucien is blij verrast met zijn versierde fiets en na een groepsfoto voor het hotel vertrekken wij voor een tocht van 40 kilometer naar Cagliari. Het weer is zwaar bewolkt en niet veel later vallen de eerste druppels. Lucien vindt het toch te link om met de versierselen te blijven fietsen en hij haalt deze er dan ook af. Arnold heeft kennelijk de smaak van het laten trekken te pakken en laat zich weer door een pickup-scooter trekken. In de regen komen wij in een militaire colonne terecht. De begeleidende agenten weten niet wat ze met ons aan moeten en laten ons gelukkig ongemoeid. Er zijn geen dorpen meer onderweg naar Cagliari dus aan de ringweg rond deze stad vindt de hergroepering plaats. In het eerste café bij binnenkomst van deze stad doen wij een bakkie.
Zonder al te veel problemen komen wij aan de haven van Cagliari, waar aan de Via Roma ons pension is. Eerst uit onze natte kleding, maar de voorzieningen in het pension zijn wel heel erg primitief. Dit in contrast met bijvoorbeeld de prachtige tegels op de vloer. Jammer dat ze een prachtig pand zo verwaarlozen.
Vervolgens pakken wij de fietsen in de koffer dan wel tas en verdwijnen ze in het busje. Tot zeven uur heeft iedereen tijd om in de stad boodschappen te doen. Ik ga met Jan Willem op stap. Eerst even wat eten want de lunch is er bij ingeschoten. Daarna dwalen wij door de stad. Wij passeren daarbij een lange muur langs een park die, waarschijnlijk in opdracht van de plaatselijke autoriteiten, met graffiti is volgespoten. Opvallend is de bekendheid van de soepele houding van Nederland als het gaat om het gebruik van softdrugs. Tussen de vele afbeeldingen staat een figuur, gekleed in een oranje voetbalshirt, voorzien van de Nederlandse leeuw, met een gigantische joint in zijn bek.

Zelf ben ik op zoek naar een vlag van het eiland en loop verschillende winkels binnen. Nergens één te vinden totdat ik terug kom op de Via Roma waar, vlak bij ons pension in een klein souvenirwinkeltje, de vlag in verschillende maten te koop is.
Even later vertrekken wij gezamenlijk naar een door Eddy uitgezocht restaurant. Het is een wat beter en goed uitziend restaurant, waar wij eerst nog een keer spumante drinken ter ere van Lucien zijn verjaardag.
Het voorgerecht bestaat zoals gewoonlijk uit allerlei zeeproducten. Opvallend is dat wij voor het eerst sardientjes krijgen voorgeschoteld. Je zou verwachten dat op een eiland, die de naam aan dit visje gaf, men dit gerecht wel vaker opdienen. Misschien is het wel niet de juiste tijd voor deze vis, want de voorgeschotelde vis komt uit het zuur. Daarna dienen ze twee soorten pasta op. Een slierten met stukken kreeft en gnocchi (van aardappelmeel) en een met mul, een vissoort. Het hoofdgerecht bestaat uit vlees met balsamico of vis. Hierbij drinken wij rode wijn. Het nagerecht bestaat een taart met pruimen en walnoten of een puddinkje en een lekkere desertwijn.
Tussen de gerechten door delen Emile en Henny een tweetal prijzen uit, die zij uit eigen middelen beschikbaar stellen. Het bestaat uit een medaille als aanmoedigingsprijs en een prachtig beeldje als hoofdprijs.

De aanmoedigingsprijs met het linker opschrift gaat dit keer naar Lucien, niet omdat hij jarig is, maar omdat hij heeft laten zien dat hij, gezien zijn leeftijd, steeds beter is gaan fietsen. Hij krijgt een medaille met hier links getoonde opschrift. Lucien is er verheugd mee.
De hoofdprijs met het rechter opschrift gaat naar Ton. Het is een beeldje van een wielrenner met het iets mooiere, rechts getoonde opschrift. Ton is zeer vereerd met zijn prijs en meent een toespraak te moeten houden. Dit stellen uiteraard de overige personen, maar met name Emile en Henny, zeer op prijs.
Na de prijsuitreiking volgt uiteraard een discussie over de eerlijkheid waarmee de prijzen zijn toegekend. Enkele nemen het bijvoorbeeld nog voor mij op, dat ik veel stukken tegen de wind in voorop heb gereden en dat ik er ook niets aan kon doen dat ik mijn stuur niet vast kon zetten in het begin. Het comité is echter standvastig en de discussie loopt zonder aanpassingen aan het prijzenbeleid af.
Tot slot moeten wij ook nog de prijs voor het eten betalen. De rekening is aanmerkelijk hoger dan wat wij tot nu toe gewend waren. Het levert een opmerkelijk schouwspel op. Omdat niet iedereen met een stapel lires naar huis toe wil, is door iedereen bezuinigd op de aanschaf ervan. Ook de gezamenlijke pot is niet meer adequaat gevuld. Iedereen tast nog eens in zijn buidel en uiteindelijk kunnen wij het verschuldigde bedrag, bijna het dubbele in vergelijking met de andere restaurants waar wij gegeten hebben, contant betalen.
Na afloop gaan er een aantal nog even de stad in voor een drankje, maar gezien het feit dat de meesten geen lires meer hebben blijft het beperkt tot een paar glazen.

De volgende dag wacht ons de vlucht naar het koudere en vochtigere noorden.